1 december 2013
Geen eeuwige straf
Het is zo dat in de bijbel, in een eerste indruk, en oppervlakkige lezing, er gesproken wordt van een eeuwige straf, een eeuwige pijniging. Eerst en vooral voor de duivel en zijn engelen, maar ook voor de goddeloze en onrechtvaardige mensen. We beseffen allemaal dat een straf in verhouding met de overtreding moet zijn. En naar mijn mening is een eeuwige pijniging ten alle tijde buiten proportie. Geen enkele slechte daad door mensen begaan kan een eeuwige pijniging, foltering, rechtvaardigen.
Rechtvaardig
Aangezien God een rechtvaardige God is, is het mijn oprecht geloof dat God niemand tot eeuwige pijniging kan veroordelen. Ik kan persoonlijk moeilijk geloven dat een rechtvaardige God zo een vreselijke rechtspraak zou toepassen. Om het in de stijl van Jezus te zeggen:
Wie van jullie, zal iemand levenslang pijnigen voor het stelen van tien eurocent" ?
Gretig
Bij de opinies en uitleg hierover bij geestelijke herders, die ik onderzocht heb, is het mij opgevallen hoe gretig de kerk is om de eeuwige straf / pijniging te rechtvaardigen met allerlei theologische, goedklinkende argumenten. De hoofdreden hierbij is volgens mij, dat de kerk haar eigen verkeerde interpretatie moet mooi praten om God aannemelijk te houden bij de gelovigen. Zo een argument is bijvoorbeeld:
God is van eeuwigheid tot eeuwigheid (Psalm 90:2). Bij gevolg vereisen alle zonden een eeuwige straf. Gods heilige, perfecte en oneindige Wezen is beledigd door onze zonde. Hoewel in onze eindige beleving onze zonde slechts een beperkte periode voortduurt, duurt voor God "die buiten alle tijd is" de zonde die Hij verafschuwt altijd voort. Onze zonde is voor Hem eeuwig en moet eeuwig bestraft worden teneinde Zijn gerechtigheid recht te doen.
Zie ganse artikel op internet
Dit is een typisch voorbeeld van een kromme redenering. Men sleurt er een bijbelvers bij dat helemaal niets met het onderwerp van eeuwige straf te maken heeft. Psalm 90 is een boetepsalm, over berouw, en belijden van schuld. En daarrond bouwt men dan een geheel eigen mening
Niet nieuw
Deze discussie is echter niet nieuw. Deze discussie bestaat al zolang de kerk bestaat. Thomas van Aquino (1225-1274) was een grote voorstander van de eeuwige straf. Hij stelt:
... dat men bij het bepalen van de strafmaat niet alleen de zondaar en de zonde in ogenschouw moet nemen maar ook degene tegen wie die zonde bedreven is. Zonde is uiteindelijk opstand tegen God zelf. Aangezien God de meest Heilige en Eeuwige is, zo is ook de zonde het meest verschrikkelijk. De grootte van de zonde en de mate van straf zijn dus rechtevenredig met de Heiligheid en Eeuwigheid van God. Als we dat in overweging nemen is alleen oneindige eeuwige straf een rechtvaardig vonnis. Wie de eeuwige straf ontkent, doet af aan de ernst van de zonde en daarmee ook aan de heiligheid van God. Eeuwige straf is dus rechtvaardig.
Zie ganse artikel op internet
Dat is een beetje hetzelfde argument als voorgaande. Omdat God eeuwig is, moet de straf ook eeuwig zijn. De logica ontgaat me hiervan.
Hierop wil ik in de stijl van Jezus het volgende zeggen.

Wel, beste Thomas, hebt gij niet gelezen dat God's toorn niet voor eeuwig is.

Niet eindeloos blijft Hij twisten.
Niet eeuwig duurt zijn toorn.
(Psalm 103:9)
Origines
Een tegenstander van de eeuwige straf was Origenes (185-254), een fel verdediger van het christendom en bijbelwetenschapper. Zijn argument is ongeveer hetzelfde als het mijne. Alleen gaat hij verder, en wordt in zijn visie, iedereen, uiteindelijk behouden. Met dit laatste kan ik niet akkoord gaan. Mijn stelling is dat er als straf geen eeuwige pijniging is, maar wel een defenitieve vernietiging.
Enkele bijbelverzen
hij houdt de wan in zijn hand, hij zal zijn dorsvloer reinigen en zijn graan in de schuur bijeenbrengen, maar het kaf zal hij verbranden in onblusbaar vuur. (Matt.3:12)
Onblusbaar vuur wijst op de definiteit ervan, de onontkoombaarheid. Het kan niet gestopt, tegengehouden worden. Het is echter geen eeuwige pijniging.
Laat beide samen opgroeien tot aan de oogst, dan zal ik, wanneer het oogsttijd is, tegen de maaiers zeggen: Wied eerst het onkruid, bind het in bundels bij elkaar en verbrand het. Breng dan het graan bijeen in mijn schuur. (Matt.13:30)
Verbranden duidt op vernietiging. Geen eeuwige pijniging.
Zoals het onkruid bijeengebonden wordt en in het vuur verbrand, zo zal het gaan bij de voltooing van deze wereld: de Mensenzoon zal zijn engelen eropuit sturen, en ze zullen uit zijn koninkrijk allen die anderen ten val hebben gebracht en de wetten hebben verkracht bijeenbrengen en hen in de vuuroven werpen; daar zullen ze jammeren en knarsetanden (Matt.13:40-42)
Het jammeren en knarsetanden slaat niet op eeuwige pijniging, maar is een reactie op het besef te worden verbrandt, vernietigt. Jammeren, is het spijt hebben, knarsetanden is de verbitterde wroeging op het vooruitzicht van een eeuwige dood. Geen eeuwige pijniging.
En als je hand of je voet je op de verkeerde weg brengt, hak hem dan af en werp hem weg: je kunt beter verminkt of kreupel het leven binnengaan dan in het bezit van twee handen of twee voeten in het eeuwigbrandend vuur geworpen worden. Brengt je oog je op de verkeerde weg, ruk het dan uit en werp het weg: je kunt beter met één oog het leven binnengaan dan in het bezit van twee ogen in het vuur van de Gehenna geworpen worden (Matt.18:8-9)
Opnieuw spreekt men van een een eeuwigbrandend vuur. Dit drukt de onomkeerbaarheid uit. Geen eeuwige pijniging.
GEHENNA:
Tijdens het koningschap van Salomo werd in de vallei, de afgod Moloch vereerd met het brengen van kinderoffers. Het betrof hier eerstgeboren kinderen die levend in het vuur werden geworpen. In de Bijbel werd dit een gruwel genoemd en werd gezegd dat God woedend werd op Salomo en hem vervloekte. De details werden echter niet opgeschreven, maar zijn bekend van de geschiedschrijving van de Ammonieten. Om die reden werd het later de plaats waar vuilnis werd verbrand. Afval, vuil en lijken van dieren en verachte misdadigers werden geworpen in het vuur van Gehenna, ofwel het Dal van Hinnom. Gewoonlijk werd al wat in dit dal werd geworpen door vuur vernietigt, volledig opgebrand.
Het vuur werd dag en nacht brandend gehouden met behulp van fosfor en de geur was van verre te ruiken. Vanwege datgene wat in het Dal van Hinnom gebeurde, gebruikte Jezus, in het evangelie volgens Matteļæ½s, het woord Gehenna, hetgeen vertaald werd als hel, om het lot van verstokte zondaars te beschrijven. Deze verwijziging naar de Gehenna leert ons dat Jezus verwees naar een vernietiging als straf.
Ik verzeker jullie: alles wat jullie voor een van deze onaanzienlijken niet gedaan hebben, hebben jullie ook voor mij niet gedaan. Hun staat een eeuwige bestraffing te wachten, de rechtvaardigen daarentegen het eeuwige leven. (Matt.25:45)
Dit is het vers waar de leerstelling van eeuwige pijniging vandaan komt.

Om tot de juiste interpretatie van dit vers te komen moet men het eerst juist vertalen. Het Griekse woord dat soms met "pijniging" vertaald wordt is, kolasin, hetgeen straf, bestraffing, betekent. Hetgeen niet noodzakelijk een pijniging hoeft te zijn. de King James Bible (1611), De NBG (1951), en de NBV (2004) vertalen kolasin met bestraffing. De Vulgata (405) vertaalt kolasin met iusti, gerechtigheid. Enkel de Statenvertaling (1637) vertaalt kolasin met pijniging, pijn.

Jezus stelt hier twee zaken tegenover elkaar, het eeuwige leven tegenover eeuwige bestraffing. De tegenpool van eeuwig leven is eeuwige dood. De eeuwige bestraffing is niet eeuwige pijniging maar is de eeuwige dood.

Wees niet bang voor hen die wel het lichaam maar niet de ziel kunnen doden. Wees liever bang voor hem die in staat is én ziel én lichaam om te laten komen in de Gehenna. (Matt.10:28)
De zinsnede "om laten komen" is de NBV-vertaling van het Griekse woord apollumi, hetgeen letterlijk vernietigen betekent. Hier zegt Jezus duidelijk dat we bang moeten zijn voor Hém die ook de ziel kan doden, vernietigen, verbranden in de Gehenna. Jezus spreekt hier dus niet van een eeuwige pijniging, maar van een vernietiging.
Toen werden de dood en het dodenrijk in de vuurpoel gegooid. Dit is de tweede dood: de vuurpoel. Wie niet in het boek van het leven bleek te staan werd in de vuurpoel gegooid (Openb.20:14-15)
In het boek openbaringen lezen we van het Laatse Oordeel. Blijkbaar zal een mens twee keer sterven, een keer fysiek, het aardse sterven, en een keer geestelijk, de ziel, de tweede dood. Belangrijk is om op te merken dat het hier om een tweede "dood" gaat, een verbranden van wat slecht was, een vernietiging. Niet over een eeuwige pijniging.
Mijn besluit
Vanuit de argumenten die ik hierboven aanhaal durf ik stellen dat de HEER geen eeuwige pijn als straf zal toepassen. Dit zou trouwens onrechtvaardig zijn. De HEER zal wel alle onrechtvaardigen, en goddeloosheid uiteindelijk vernietigen. Dat kerkvaders, geestelijken, van verleden en heden zo hardnekkig het idee van eeuwige pijn blijven verdedigen, zegt meer over henzelf, dan over God.